DE PREMIER SPREEKT

Si vis pacem, para bellum. Wil je vrede, bereid dan de oorlog voor, rust je dan uit voor oorlog.

Toepassing : wie wordt op de speelplaats niet lastig gevallen? De sterkste!

Of hoe je jongeren niet leert wat vrede is, noch wat rechtvaardigheid is. Hoe je vredevol samenleven herleidt tot het recht van de sterkste en dus eigenlijk een permanente oorlogstoestand creëert.

Beste Zuhal Demir,

Het is een opwekkend verhaal: uw bezoek aan een school in Londen, uw ontmoeting met een zevenjarige die vertelt over Julius Caesar en de Rubicon en die dus blijk geeft van historische kennis.

Het is niet alleen een kwestie van curriculum, mevrouw, maar ook van gezag, van wat de Romeinen ‘auctoritas’ noemden. Gezag wordt zo vaak verkeerd voorgesteld, net zoals macht. Beide worden begrepen als dominantie of heerschappij, maar dat zijn ze niet: ze zijn vormen van toewijding en zorg. Een baas of een chef heeft geen gezag, maar heerst. Gezag wordt geïncarneerd door een hoofd dat gidst en begeleidt en toont dat iets in het geding is en ertoe doet. Gezag/autoriteit en cultuur – allebei Latijnse woorden – horen samen: ze dragen zorg voor mensen en dingen vanuit de ervaring dat die een verschil maken en van belang zijn, niet omdat ze winst opleveren, maar omdat ze er zijn. Dominantie beveelt, gezag inspireert; dominantie onderdrukt en beknot, gezag brengt iets tot bloei.

Vale!

WEER GAAT DE WERELD OPEN

Een zonnige februaridag verfrist en verrast met een verse kijk op de wereld. De moeheid van de winter wordt ingeruild voor de nieuwsgierigheid van de jeugd. Dit wordt mooi geëvoceerd in een gedicht van Paul Rodenko, dat de lezer verwelkomt met de woorden: ‘Weer gaat de wereld als een meisjeskamer open’. Geen duistere geheimen, alleen het wonder van wat pril is en jong en speels. Het gedicht eindigt met de woorden: ‘De zon speelt aan mijn voeten als een ernstig kind.’ Alsof ze zich niets herinnert, begint de lente aan een nieuwe bloei: de tijd die bouwt en breekt, is als een spelend kind.

KWISTENBIEBEL

Ja, we zien ze graag komen, onze wervelende jongens. Ze zorgen voor een verjongingskuur, duurzamer dan om het even welke wellness met sauna.

We zijn dan ook voorbereid: wortelpuree met worst, pudding, een boterham met speculaaspasta

We kennen het programma: de zolder omtoveren tot clubhuis, de eetkamer tot kamp; de hoogste toren van de wereld bouwen, wel tot aan het plafond

We staan open voor improvisatie: de fanfare met fluit, tamboerijn en fietsbel; de smurfen op tv

Ja, we zien ze graag weer vertrekken, onze wervelende jongens. Uitgeteld zijn we, maar met een verdiende beloning, want we zijn bevorderd tot kwistenbiebel

De kwestie van de grilligheid van de verloren tijd

Rune Christiansen

Het gevoel verloren te zijn en ontheemd doordrenkt het verhaal van Norma. Ze beslist te scheiden van haar man, Jonathan, met wie ze een dochter heeft. Ze treurt om haar moeder die kort geleden gestorven is, maar die maanden voor haar dood al verdwenen was in de duisternis van dementie. In die toestand van ontreddering gaat ze haar vader opzoeken die zich teruggetrokken heeft op een eiland voor de Noorse kust. Ze hoopt van hem een en ander te weten te komen over het huwelijk van haar ouders en zo haar leven te kunnen herbronnen. Maar niets loopt zoals verwacht. Norma heeft onafgebroken de indruk dat ze – als een onbekwame rechercheur – op   het verkeerde spoor zit. Hoe kan ze zich verbonden voelen en toch haar vrijheid bewaren?

Rune Christiansen is een meester in het ensceneren van ongemakkelijke situaties en tot mislukken gedoemde confrontaties. Zoals de titel van de roman onmiddellijk te kennen geeft, vindt hij daarvoor woorden die in je geheugen blijven schrijnen als zand in een wonde. Bij mensen die willen verschijnen zonder zich bloot te geven of zich willen tonen zonder contact te leggen, schrijft hij: ‘alles bulkte van teruggetrokkenheid’. Of waar mensen bij elkaar blijven omwille van wat ze niet meer hebben: ‘het is zoals zich overgeven aan een liefkozing die de hele tijd stoort’.

Dit verhaal ademt een psychologie van de vervreemding. Christiansen laat zijn karakters voortdurend struikelen, maar toch beschrijft hij hun zoektocht met veel liefde en begrip. In een poëtische taal die het mysterie van intermenselijke relaties behoedzaam benadert.

Rune Christiansen, De kwestie van de grilligheid van de verloren tijd. Oevers, 2022, 166p.

POËZIEDAG 2025

Geloof – Jan van Nijlen

Nu alles faalt, heeft dit alleen nog waarde

Voor mij, die nooit één waarheid heb ontdekt;

Ik zal van u niet scheiden als deze aarde

Mijn pover lichaam dekt.

Ik heb maar één geloof: nooit gaat verloren

Wat eens de liefde heeft bevrucht,

En waar er twee elkander toebehoren

Is zelfs de dood geen vlucht.

MONTPARNASSE

Een dagje Parijs. Weg van het zelfingenomen tumult en de oorlogszucht. Enkele uren om te vertoeven in het Giacometti-huis bij de meesters van de stilte en de bescheidenheid. Om stil te staan bij de stillevens van Giorgio Morandi: de verzameling flessen en kruiken, potjes en schoteltjes in zachte kleuren die elkaar gezelschap lijken te houden en betrokken zijn in een amper merkbaar spel met licht en schaduw.

De doeken hangen tussen de beelden van Alberto Giacometti, de iele gestalten die altijd op weg lijken en zo ondanks hun tengerheid ruimte scheppen: de vrije ruimte voor een ontmoeting, voor een kwetsbaar samenzijn.

In de stilte van het nauwelijks…

NA DE LES

‘Mag ik het zo formuleren?’ zei ze, en ze keek me vanonder de sierlijke boog van haar bruine wenkbrauwen met haar mooie ogen aan. ‘Als je geen offer kunt brengen voor wat of wie je liefhebt, dan houdt het op.’ Voor mij stond een cursiste die de les van het afgelopen uur subliem samenvatte. Nooit schenkt het leraar-zijn meer vervulling dan wanneer je in veelvoud terugkrijgt wat je zelf voorzichtig aangeboden hebt. Eens te meer kon ik ervaren hoeveel waarheid de parabel van de zaaier bevat.

KERST 2024

Defenseless under the night

Our world in stupor lies;

Yet, dotted everywhere,

Ironic points of light

Flash out wherever the Just

Exchange their messages:

May I, composed like them

Of Eros and of dust,

Beleaguered by the same

Negation and despair,

Show an affirming flame.

Weerloos onder de nacht

Ligt onze wereld uitgeteld;

Maar overal verstrooid

Flitst er ironisch licht

Waar de Rechtvaardigen

Boodschappen uitwisselen:

Moge ik, zoals zij gemaakt

Van Eros en van stof,

Belegerd door dezelfde

Ontkenning en wanhoop,

Met een vurig ja komen.

Uit: W.H. Auden, ‘1 september 1939’.

DE KEIZER VAN HERENTALS

Als ik het nieuws verneem dat Rik Van Looy overleden is, word ik bestormd door jeugdherinneringen. Aan babbels met mijn vader over de koers, over Sylvère Maes en Marcel Kint, over Briek Schotte en Stan Ockers, over Rik I en Rik II. Aan de eerste tv-uitzendingen, zogezegd in zwart-wit, maar feitelijk in grijs-groen: Van Looy wint na een machtige sprint in wat toen Karl-Marx-Stadt heette. Op mijn slaapkamer een poster van Rik in de trui van wereldkampioen met een flesje Looza. Nadien het verraad van Ronse! Maar Rik wint het Criterium van Aalst in een sprint met Eddy Merckx.

Vele jaren later in een interview met Michel Wuyts: ‘Rik, hoe rij je het best over de kasseien van Roubaix?’ Het heerlijk Kempense antwoord: ‘Zoe rap meugelijk, hé Michel, zoe rap meugelijk.’

Nog vele jaren later ga ik met mijn Kempense vrouw naar de markt van Herentals. Daar staat het standbeeld, fier rechtop, de Keizer van Herentals. Zonder fiets weliswaar. Alsof hij naar de koers komt kijken, als een gewone sterveling.